Huisvesting

Weide


Alpaca’s zijn graasdieren en hebben voldoende ruimte nodig. Voor twee alpaca’s is minimum 1000m² grond nodig, voor elk volgend dier moet 500m² bij gerekend worden. Zo krijgen je dieren voldoende lichaamsbeweging en is er voldoende gras.

Heb je meer alpaca’s en een groter stuk grond, dan kun je een perceel opdelen in verschillende percelen. Zo kan je de dieren geregeld verweiden om wormbesmetting te beperken en voor een goed herstel van het gras.

Mannetjes en vrouwtjes moet je apart houden om ongewenst gedrag in verband met voortplanting tegen te gaan en een vervelende kuddehengst te voorkomen (zijn kudde willen beschermen en hierdoor agressief gedrag vertonen naar zijn kudde zoals bijten,…..)

Schuilhok


Open stal:

Voor schaduw in de zomer en beschutting tegen regen en wind in de winter. Een hok of afdak met liefst drie dichte zijwanden volstaat, men moet zorgen voor een zodanige ondergrond dat de dieren in elk geval droog kunnen liggen.


Vloer:

Aan vloeroppervlak is minimum 2m² per dier nodig, als de alpaca's niet naar buiten kunnen, houd dan minimaal 4m² aan per alpaca.


De ondergrond kan bestaan uit:

  • Zand of andere natuurlijke ondergrond.
  • Beton is ideaal voor het afslijten van de nagels. Een deels verharde bodem van het verblijf buiten of binnen kan op die manier ideaal zijn.
  • Rubberen matten zijn gemakkelijk proper te houden.
  • Stro is hygiënischer wanneer de dieren hun ontlasting in de stal doen.
  • Houtsnippers en zaagsel, is niet aan te bevelen omdat deze in de wol blijven vastzitten.
  • Een houten bodem is ook niet aan te raden omdat door vocht de vloer te glad kan worden.


Wij hebben gekozen oor rubberen matten, ze liggen er zeer graag op en is heel gemakkelijk in onderhoud.



Voederbak


Halve buizen of dakgoten zijn ideaal als voederbak, per dier ongeveer een halve meter.

Hooiruif of hooibak



Het natuurlijk gedrag van een alpaca is om de hele dag met de neus aan de grond te lopen grazen. Het eten uit een hooiruif met de nek omhoog is tegen natuurlijk. Met een hooibak kunnen alpaca's eten in een natuurlijke houding en het minimaliseert het inademen van de hoeveelheid stof. Bij ons hangt in de stal een hooiruif met daaronder een hooibak.


Water


Je kunt je alpaca’s uit allerlei soorten bakken of emmers laten drinken. Het spreekt voor zich dat een watervoorziening geen scherpe randen heeft en ook eenvoudig te benaderen moet zijn. Drinkwater eventueel hoog genoeg plaatsen zodat de dieren er niet in gaan staan  om besmetting tegen te gaan.


Omheining



Het afrasteren van weilanden doen we bij voorkeur met gaas. Let bij de keuze vooral op de maaswijdte van het gaas; deze dient zodanig fijn te zijn dat de dieren er niet met hun hoofd doorheen kunnen. Het gebruik van prikkeldraad of stroomdraad is ten zeerste af te raden. Alpaca’s zijn erg nieuwsgierige dieren die alles willen uitproberen. Ze kunnen dan ook makkelijk verstrikt raken als er draden in het weiland verwerkt zijn. Daarnaast kan prikkeldraad huid- en vachtbeschadiging veroorzaken. De afrastering moet zodanig worden gekozen dat de alpaca’s er niet uit kunnen en eventuele jagers van buitenaf (denk bijvoorbeeld aan honden) niet erin. Een hoogte van 1.20 meter volstaat vaak al, soms is 1.50 meter of zelfs 1.80 meter gewenst. De alpaca kan uitstekend springen, maar zal altijd de wens om bij de groep te blijven voor laten gaan.Nieuwe alinea

Zon

Alpaca’s houden van zonnebaden, ze kunnen zodanig stilliggen dat je u zou afvragen of ze nog in leven zijn. Hierbij wordt vitamine D opgenomen door de UV straling van de zon die belangrijk is voor de aanmaak van calcium in botten en gewrichten.

Zand:

Alpaca’s houden ervan om in het zand te rollen, als er geen zandbak of rolplaats aanwezig is dan maken ze er zelf wel één. Op een warme dag zullen ze na een douche op hun buik ook gretig gebruik maken van deze rolplaats want zo blijven ze langer koel.

Voeding

Gras,hooi,alpacabrok


Alpaca’s eten uitsluitend plantaardig voedsel, zoals gras, hooi en speciaal samengestelde alpacabrok. Ook in de zomer moeten ze hooi ter beschikking hebben. In de wintermaanden is het bij sommige dieren nodig om een beetje Alpa-grass, luzerne of bietenpulp(Fosfo-beet) bij te voeren. Het verstrekken van bietenpulp zorgt er met name voor, dat de dieren kunnen beschikken over voldoende “traag verteerbare suikers”. Deze traag verteerbare suikers en vezels zorgen ervoor dat de alpaca zijn/haar lichaamstemperatuur op peil kan houden, zonder aanspraak te hoeven maken op het eigen lichaamsvet. Vooral merries die een veulen hebben gehad en vaak weer opnieuw drachtig zijn, hebben hier erg veel baat bij. Alpacabrok is nodig voor de vitaminen en mineralen.

Er zijn verschillende goede brokken op de markt maar wij gebruiken alpacabrokken van Alpamin gemengd met Alprofos

Alpamin is een hoogkwalitatief mineralen - en vitaminensupplement, specifiek ontwikkeld voor alpaca's en lama's. Naargelang de behoefte van het moment voederen we Alprofos bij, dit is een eiwitverstrekker, geperst in een dunne korrel, met een optimale calcium/fosfor balans. Per eenheid Alpamin worden 0 tot 4 eenheden Alprofos gevoederd..

Naast gras en hooi die de absolute hoofdbrok vormen van het rantsoen vind je hieronder een richtlijn voor het rantsoen die afhankelijk is van verschillende factoren zoals drachtigheidsstatus, kwaliteit van de weide, grootte van de groep en voedercompetitie, seizoen, geslacht,….. .


Alpamine


Dagelijkse hoeveelheid

1 à 1,5g per kg lichaamsgewicht


Standaarddosis alpaca ZOMER:


Volwassen                  75 gram


Cria 6-12 maand          50 gram


 Standaarddosis alpaca WINTER:


Volwassen                  100 gram


Cria 6-12 maand          50 gram


Alprofos


Maximaal 4 g per kg lichaamsgewicht

Steeds samen met Alpamine


Fosfobeet


Maximaal 8 g per kg lichaamsgewicht,hebben betrekking op droge stof

 

 

 Basisadvies, naast ruwvoer (gras/hooi):


1)   Volwassen hengst, ruin of niet-fokmerrie
Onderhoudsfase (geen aanmaak van foetus, melk of lichaamsweefsel)

-   Lage behoefte  aan eiwit (8-9% ruw eiwit/kg droge stof)
-   Lage behoefte aan energie
-   Mineralen- en vitaminensupplement (Alpamin)
-   Eventueel een kleine hoeveelheid krachtvoer (Alprofos), afhankelijk van het seizoen en de kwaliteit van het ruwvoer aan eiwit (8-9% ruw eiwit/kg droge stof)
 

2)   Merrie in de eerste helft van de dracht, niet lacterend 
Matige productiefase: matige aanmaak foetusweefsels 

-   Matige behoefte aan eiwit (10-12% ruw eiwit/kg droge stof)
-   Matige behoefte aan energie
-   Mineralen- en vitaminesupplement (Alpamin)
-   Matige hoeveelheid krachtvoer (Alprofo
s)


3)   Merrie in de tweede helft van de dracht 
Hogere productiefase: sterke aanmaak foetusweefsels 

-   Hoge behoefte aan eiwit (12-14% ruw eiwit/kg droge stof)
-   Matige behoefte aan energie
-   Mineralen- en vitaminesupplement (Alpamin)
-   Matige tot hoge hoeveelheid krachtvoer (Alprofos)


4)   Lacterende merrie + veulen aan de voet
Hoge productiefase: productie van melk

-   Hoge behoefte aan eiwit (12-14% ruw eiwit/kg droge stof)
-   Hoge behoefte aan energie
-   Mineralen- en vitaminesupplement (Alpamin)
-   Hogere hoeveelheid krachtvoer (Alprofos)
-   Fosfor op peil houden (FosfoBeet)
-   Naargelang het seizoen bietenpulp bijvoeren: respecteer het fosforgehalte! (FosfoBeet)



5)   Afgespeend veulen vanaf 6 maanden tot 18 maanden
Hoge productiefase: aanmaak van lichaamsweefsels

-   Hoge behoefte aan eiwit (12-14% ruw eiwit/kg droge stof)
-   Hoge behoefte aan energie
-   Mineralen- en vitaminesupplement (Alpamin)
-   Hogere hoeveelheid krachtvoer (Alprofos)
-   Fosfor op peil houden (FosfoBeet)
-   Naargelang het seizoen bietenpulp bijvoeren: respecteer het fosforgehalte! (FosfoBeet)

 

 


Wat geven we niet:


Maïs, schapenkorrels,…

Groenten en fruit

Restafval


Giftige planten


Sommige planten en kruiden zijn giftig voor alpaca’s. In het weiland dient men vooral alert te zijn op Jacobskruiskruid.

Groeiend in de wei zullen alpaca’s deze planten niet snel eten, ze “weten” dat deze planten giftig zijn, en zullen er dus omheen grazen. Beter is het om deze planten met wortel en al uit het weiland te verwijderen. Als men namelijk ook wel eens zelf hooi maakt en het Jacobskruiskruid wordt mee gemaaid, dan wordt het door de droging van het hooi niet meer door de dieren als giftig herkend. Kleine hoeveelheden hiervan kunnen al dodelijk zijn.

Verder kunnen in en rondom het weiland nog tal van andere giftige planten voorkomen. Alle Taxussoorten, Zwarte Nachtschade, Liguster en Laurier zijn enkele voorbeelden van planten die giftig zijn. Sommige plantensoorten zijn al dodelijk bij het eten van enkele blaadjes of besjes. Voor veel andere soorten geldt, dat het eten van enkele blaadjes niet direct tot problemen hoeft te leiden, maar dat een overdaad dit wel zal doen. Zorg er daarom steeds voor dat de dieren de beschikking hebben over voldoende gras en, zeker in perioden dat er weinig gras is, voldoende smakelijk hooi.

Gezondheid en verzorging


Preventief is het belangrijk de alpaca’s vitamine D supplementen te geven en jaarlijks te vaccineren. Laat geregeld (vb. tweemaandelijks) een mestonderzoek doen om te controleren op de aanwezigheid van wormen.


Vaccinaties


Clostridia

Clostridiumbacteriën veroorzaken onder andere botulisme, tetanus, pseudomembraneuze colitis, wondinfectie. In de natuur komen ze zeer verspreid voor in de grond, stof en water en behoren bij mens en dier tot de normale bewoners van het darmkanaal. Kies bij voorkeur een vaccin dat ook type A omvat, zoals Covexin. Twee maal per jaar dienen ze ingeënt te worden tegen clostridium. De cria's krijgen hun eerste vaccinatie op 2 maand, deze moet een maand later herhaald worden en vanaf dan is het 6 maandelijks.

 

Rachitis

Alle zoogdieren zijn gevoelig voor de Engelse ziekte of Rachitis, maar alpaca's in het bijzonder. Rachitis ontstaat als er te weinig mineralen in de botten komen, en de botten daardoor niet hard genoeg worden. Door de kracht van de spieren worden deze dan krom getrokken

Vooral in de wintermaanden, vanaf augustus, vormt rachitis een risico. U kunt dit probleem voorkomen door met een vitamine injectie te zorgen dat het calciumgehalte van het botweefsel groter wordt. Donkere dieren hebben op een half jaar oud zelfs een extra vitamineshot nodig.


Wormbesmetting

Symptomen: algeheel slechte conditie, bleke slijmvliezen door bloedarmoede, vermageren, opgeblazen buik, buikpijn, diarree.

Wormen komen overal voor en ze gebruiken vooral graasdieren als gastheer. Een beperkt aantal wormen doet een alpaca geen kwaad, ze ontwikkelen daartegen een natuurlijke afweer. Bij grote aantallen kunnen wormen echter grote problemen veroorzaken, met de dood van de alpaca tot gevolg. Regelmatig verweiden, het opruimen van de mest, en geen overbezetting van een weiland zijn goede hulpmiddelen om problemen te voorkomen. Het is aan te raden van tijd tot tijd mestmonsters van uw dieren te nemen en deze te (laten) onderzoeken op de aanwezigheid van wormen. Uw dierenarts weet wanneer het verstandig is om uw dieren te ontwormen. Om resistentie te voorkomen is het raadzaam om niet te vaak te ontwormen en waar mogelijk af te wisselen met geneesmiddelen.

 

 

Coccidiose 

Symptomen: vermagering, loomheid, erge, vaak waterige en bloederige diarree, uitdroging, sterfte.
Coccidiose wordt veroorzaakt door protozoa (Eimeria sp.) die de darmwand aantasten. Vooral jonge dieren zijn er zeer gevoelig aan, oudere dieren kunnen besmet zijn zonder symptomen te vertonen.


Leverbot

Symptomen: stilvallende groei, daling wolproductie en wolkwaliteit, minder eetlust, vermageren, sterfte.
Leverbotten zijn platwormen die in de lever van graasdieren leven en daar een chronische ontsteking veroorzaken. Dieren worden besmet via de cysten die vastzitten op het gras. Leverbot komt alleen voor op drassige weiden of weiden met een poel, aangezien slakken als gastheer fungeren. Alpaca’s zijn zeer gevoelig voor leverbotinfecties, tijdig behandelen is noodzakelijk. Raadpleeg sowieso een dierenarts wanneer er zich een poel of beekje in de buurt van de weide bevindt.


Schurft

Door een infectie met schurftmijten wordt de huid schilferig en kan jeuken, je krijgt een slechte vacht, schuurletsels en secundaire huidinfecties. Het dier kan hele plukken uit vacht verliezen.
Schurft wordt veroorzaakt door mijten die op en in de huid leven. Hou de vacht goed in de gaten en voel regelmatig of er geen korsten of wonden zijn, vooral onder de buik, in de liesstreek en onder hun staart. In de meeste gevallen moet er door de dierenarts een huidafkrabsel genomen worden om de oorzaak van de huid- en haarproblemen vast te stellen. Als de dieren geschoren, gewassen of behandeld worden, dan reinig en ontsmet je best ook de stallen, attributen en omheining. Als het dier nat is, voorzie dan een warme schuilplek. Zo kunnen de dieren goed opdrogen. Soms is een injectie tegen huidparasieten door de dierenarts voldoende. 



Scheren


Alpaca's worden één keer per jaar (mei, juni)geschoren om oververhitting en huidproblemen bij de dieren te voorkomen.

Nagels


Laat regelmatig de nagels knippen.

Als u een poot van een alpaca van onderen bekijkt, dan is het grotendeels een zachte kussen met een kleine nagel. U kunt de nagel zover terug knippen dat het net contact maakt met de grond ofwel dat het gelijk loopt met de onderkant van de voet. Als de teennagel erg lang is, dan kunt u beter voorzichtig kleine stukjes eraf knippen. Bij alpaca’s kan er veel verschil zitten waar de bloedvaten aan het oppervlak komen onder de nagels. Als u voorzichtig knipt dan zal een verwonding ook minder ernstig zijn als je een bloedvat raakt.

Nagels die ernstig vergroeid zijn moet u regelmatig terugknippen. De bloedvaten groeien mee met de teennagel waardoor sterk terugknippen niet in één keer kan plaats vinden. Regelmatig knippen voorkomt dit probleem. Indien er toch een flinke bloeding voorkomt dan hoef je u niet schuldig te voelen, normaal gesproken zal dit binnen vijf minuten helen. Oefen druk uit om het bloeden te stoppen en behandel met een gepaste ontsmetting zoals wondspray. Wees een paar dagen waakzaam voor eventuele infecties.

 

Het gebit

 

Tanden wisselen

Op een leeftijd van 2-4 jaar wisselt de alpaca van gebit. Er groeien dan nieuwe snijtanden achter de 'oude' snijtanden. Hierdoor worden de voortanden soms wat naar voren geduwd. Hierdoor ontstaat een overbite en slijten de tanden waarschijnlijk niet goed af. 

Het is risicovol om de 'oude' snijtanden in dit geval af te slijpen, aangezien ze broos kunnen zijn en versplinteren. Beter is om, indien de nieuwe snijtanden al doorkomen, de oude tanden door de veearts te laten verwijderen. Dit kan onder plaatselijke verdoving en is een relatief kleine ingreep.

 

Tanden slijpen

Wanneer nodig kan de veearts of scheerder de tanden van uw alpaca’s bijwerken. Of uw scheerder het kan doen, hangt af van hoe zwaar de ingreep is en of er een verdoving nodig is. 

 

Alpaca vechttanden inkorten

Voor het dier is het heel stressvol  en niet geheel risicovrij om aan de tanden te werken. Laat dit dus ook  aan een professional over.

Uw scheerder of veearts kan de tanden voor u bijwerken.

Knippen van de tanden kan leiden tot versplintering en barsten!

Voor de vechttanden is chirurgisch zaagdraad de veiligste optie.

 

TIP! Bij de jaarlijkse vaccinatie kunnen ook direct de tanden worden geslepen indien nodig, al dan niet met een lichte sedatie (middel om het dier rustig te maken).

 

Castratie

 

Wanneer u meerdere hengstjes bij elkaar houdt, voorkomt castreren machogedrag. Hij heeft ook minder last van mannelijke hormonen en wordt over het algemeen rustiger.

De ingreep wordt onder algehele narcose gedaan en kan plaatsvinden in een schone stal of weiland. Mits beide testikels zijn ingedaald, kan een alpaca-hengst worden gecastreerd. Dit gebeurt meestal op een leeftijd van twaalf tot achttien maanden bij voorkeur in de herfst of winter.

 


Share by: